Met een dik fotoboek op schoot en een kopje koffie naast zich, zit Ronald in zijn woonkamer aan het raam. De zon schijnt naar binnen, maar zijn gedachten dwalen af naar het verleden. Naar de tijd waarin alles volgens hem simpeler, langzamer en vooral gezelliger was. “Vroeger kende je je buren. Tegenwoordig groeten mensen elkaar amper nog,” verzucht hij.
Ronald groeide op in een klein dorp waar iedereen elkaar kende. Mensen kwamen bij elkaar over de vloer zonder dat er een afspraak voor nodig was. “Als de achterdeur open stond, wist je: kom maar binnen.” Het gaf hem een gevoel van veiligheid en verbondenheid, iets dat hij nu vaak mist in zijn huidige woonplaats.
In zijn jeugd draaide het leven niet alleen om werk of haastige boodschappen, maar om contact. Een bezoek aan de slager of groenteboer was niet alleen om iets te kopen, maar vooral ook om bij te praten. Ronald herinnert zich nog hoe de bakker precies wist dat hij dol was op krentenbollen en altijd een extraatje voor hem bewaarde. “Er zat een menselijke maat in alles,” zegt hij. “Nu sta je bij de zelfscankassa en zegt niemand nog iets.”
Ook het straatbeeld is volgens Ronald flink veranderd. Waar hij vroeger speelde in groene weilanden en met vriendjes naar het strand fietste, ziet hij nu vooral stenen, drukte en haast. “De stad is volgebouwd. Alles moet groter, sneller, moderner.” Hij begrijpt dat de tijd doorgaat, maar mist de rust van vroeger. “Een gewone fiets was al een luxe. Nu rijden kinderen op elektrische fietsen en zijn ze niet meer buiten te krijgen zonder scherm.”
Wat hem misschien nog wel het meest raakt, is hoe de manier waarop mensen met elkaar omgaan veranderd is. Volgens Ronald zijn we minder verdraagzaam geworden. “Een discussie hoeft maar vijf minuten te duren en mensen staan lijnrecht tegenover elkaar.” Vroeger werd er geluisterd, ook als je het niet met elkaar eens was. Nu lijkt het alsof iedereen vooral zijn eigen gelijk wil halen.
De zaterdagmarkt is voor hem hét voorbeeld van hoe het vroeger was: geuren van versgebakken brood, stemmen van marktlui die je bij naam kenden, en mensen die echt de tijd namen om te kletsen. “Tegenwoordig loopt iedereen met oortjes in of kijkt op z’n telefoon. Het is een kwestie van kopen en wegwezen.”
Toch is Ronald geen man die blijft hangen in het verleden. Hij gelooft dat er nog hoop is. Hij ziet ook lichtpuntjes. “Mensen willen wél verbinding, maar weten vaak niet meer hoe.” Daarom besloot hij het heft in eigen hand te nemen. Hij begon met kleine dingen: even zwaaien naar een buurman, een praatje bij de brievenbus. Nu organiseert hij maandelijks een buurtbarbecue of een koffiemiddag in het park. “Als niemand begint, verandert er ook niets.”
Volgens hem hoeven het geen grote dingen te zijn. “Een glimlach, iemand helpen met de boodschappen, gewoon even écht aandacht hebben. Het maakt een wereld van verschil.” Hij hoopt dat zijn kinderen en kleinkinderen die waarde van échte menselijke relaties niet vergeten. “Het leven draait niet alleen om presteren. Het draait om zorgen voor elkaar, om verbondenheid.”
Ronald weet dat hij de tijd niet terug kan draaien, maar hij gelooft dat we wél kunnen kiezen hoe we met elkaar omgaan. “De wereld verandert, maar dat betekent niet dat warmte, respect en aandacht verdwijnen. Die moeten we gewoon weer terugbrengen, stap voor stap.”
Met een glimlach bladert hij verder in zijn fotoboek. Foto’s van zijn jeugd, van zijn vrouw, van hun eerste huis. Herinneringen aan een tijd waarin mensen volgens hem écht tijd voor elkaar maakten. “Het hoeft niet zoals vroeger, maar een beetje meer van dat gevoel – daar zou Nederland mooier van worden.”